Wetgeving.

Schietbeurten

Iedereen ongeacht het aantal wapens dat men heeft moet voortaan 18 schietbeurten per jaar hebben, verdeeld over het hele jaar.

Legitimatie

Elk nieuw lid dat zich aanmeld moet een bewijs van goed gedrag (V.O.G.) inleveren.
Als er een intoducé meegenomen wordt, dan moet deze zich kunnen legitimeren en mag deze uitsluitend met klein kaliber (.22) schieten.

Opbergen van wapens.

De persoon aan wie een vergunning is verleend tot het voorhanden hebben van wapens en/of munitie dient indien de wapens en de bijbehorende munitie thuis voorhanden worden gehouden er voor te zorgen dat deze worden opgeborgen in afzonderlijke, deugdelijk afgesloten, en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaatsen. De wapens dienen dus gescheiden van de munitie te worden opgeborgen. De hieronder genoemde bepalingen betreffende het opbergen van wapens en munitie zijn tevens van toepassing op essenti‘le onderdelen van wapens zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet wapens en munitie. De bepalingen zijn echter niet van toepassing op de (onderdelen van) wapens en (onderdelen van) munitie waarop de vrijstelling van artikel 18 van de Regeling wapens en munitie van toepassing is noch op lege hulzen en projectielen die bestemd zijn voor het herladen. De onderstaande bepalingen zijn wel van toepassing op de opslag van slaghoedjes maar zijn niet van toepassing op de opslag van kruit. Het voorhanden hebben van kruit valt immers niet onder de werking van de WWM maar onder de werking van de Wet Milieubeheer.

Deugdelijke bergplaats

Als een deugdelijke bergplaats voor wapens en/of munitie wordt uitsluitend aangemerkt een speciaal voor de opslag van wapens vervaardigde wapenkast/wapenkluis of een andere kluis die qua uitvoering en inbraakwering daarmee kan worden gelijkgesteld. Een kluis dient deugdelijk te worden verankerd in de vloer of de muur van het gebouw tenzij de kluis van een dusdanig gewicht is dat het zo goed als uitgesloten is dat de kluis bij een inbraak kan worden meegenomen.

Links